Uit de kennisbank van Rok4 by Konings
Le Petit Lathuy
Witschimmelkaas · Ardennen (Werbomont, Ferrières), prov. Luik · koemelk
In het kort
Le Petit Lathuy is een Belgische biologische witschimmelkaas van koemelk, met een witte bloemkorst zoals een Camembert. Een klein, delicaat wieltje van de kaasmakerij Bioferme in de Ardennen — zacht en romig, met een milde, licht gezouten smaak.
Smaak en karakter
- Smaaktonenromig · zout
- Kracht●●○○○
- Textuurzacht en romig (pâte molle)
- Melkkoe
- Land uit Ardennen
- StreekArdennen (Werbomont, Ferrières), prov. Luik
Het verhaal
Le Petit Lathuy dankt zijn naam aan Lathuy, een gehucht van Jodoigne in Waals-Brabant, waar de oorspronkelijke biologische kaasmakerij Bioferme lag, bekend om haar bio-zuivel. Die makerij werd in 1998 overgenomen door de in 1996 opgerichte Fromagerie des Ardennes; wegens strengere Europese hygiëne-eisen verhuisde de productie in 2001 naar het bedrijfsgebouw in Werbomont, in de gemeente Ferrières (provincie Luik). De kaas bewaart in zijn naam die oorspronkelijke herkomst. In 2004 won hij de Coq de Cristal op de landbouwbeurs van Libramont, en in 2005 een prijs op de Waalse kaaswedstrijd op het kasteel van Harzé. Het is dezelfde maker als de Le Doré de Lathuy.
De streek
Le Petit Lathuy is genoemd naar Lathuy, een gehucht van Jodoigne in Waals-Brabant, waar de biologische kaasmakerij Bioferme ontstond. Sinds 2001 wordt de kaas gemaakt in Werbomont, een deelgemeente van Ferrières, in de grasrijke, landelijke Ardennen (provincie Luik). De biologische koemelk komt via een korte keten van boeren uit de streek, binnen een straal van ongeveer 30 kilometer, en wordt meermaals per week opgehaald. De naam verwijst dus naar Brabant, maar het terroir van vandaag is dat van de Ardennen. Diepere gegevens over de bodem en de weideflora zijn niet gepubliceerd.
Zo wordt hij gemaakt
Le Petit Lathuy wordt gemaakt van gethermiseerde biologische koemelk — de melk wordt verhit, dus niet rauw verwerkt. Het is een zachte kaas (pâte molle) met een bloemkorst van edele witschimmels, zoals bij een Camembert: na het vormen tot een klein wiel van ongeveer 12 centimeter en zo'n 300 gram wordt de kaas licht gezouten en in de kelder gerijpt, waar de witte korst zich ontwikkelt. Hij bevat 45 tot 50% vet in de droge stof. Hoe de melk precies wordt gestremd en gezouten, maakt de maker niet bekend; dat vullen we niet met een gok in.
De rijping
Le Petit Lathuy rijpt in de kelder, waar zich vanzelf een witte bloemkorst van edele schimmels vormt — door de maker zelf omschreven als identiek aan die van een Camembert. De korst wordt niet gewassen; onder de bloem rijpt de kaas van buiten naar binnen en wordt de pasta gaandeweg soepel en romig. Het is een echte bloemkorst, geen gewassen smeerkorst en geen blauwe kaas. De precieze rijpingsduur en de keldercondities maakt de maker niet bekend; voor zo'n klein wieltje ligt een korte, milde affinage voor de hand, maar dat is een afleiding.
Op tafel
Le Petit Lathuy is aan tafel het lekkerst gewoon met het mes gesneden, op kamertemperatuur, zodat de pasta onder de bloemkorst soepel en romig wordt. De maker suggereert er een lokaal bier, een Savoie-wijn of een geurige rode wijn bij — passend bij het milde, romige karakter, zonder een zware of pittige begeleiding. Hij is fijn op brood, bij het aperitief of op de kaasplank, en laat zich ook in warme gerechten verwerken. Voor een concrete keuze bel je het best de winkel.
Wist je dat
Le Petit Lathuy dankt zijn naam aan Lathuy, een gehucht van Jodoigne in Waals-Brabant, waar de oorspronkelijke biologische kaasmakerij Bioferme lag. Die werd in 1998 overgenomen door de Fromagerie des Ardennes, en sinds 2001 wordt de kaas gemaakt in Werbomont, bij Ferrières in de Ardennen — de naam bewaart dus de oude herkomst, terwijl de productie vandaag in de provincie Luik ligt. Het is dezelfde maker als de gele, gewassen Le Doré de Lathuy. In 2004 won hij de Coq de Cristal op de landbouwbeurs van Libramont, en in 2005 een prijs op de Waalse kaaswedstrijd op het kasteel van Harzé.
Zo serveer je hem
Laat Le Petit Lathuy op kamertemperatuur komen, dan wordt de pasta onder de bloemkorst mooi soepel en romig; de witte korst mag je mee-eten. Aan tafel is hij het lekkerst gewoon met het mes gesneden, met een lokaal bier, een Savoie-wijn of een geurige rode wijn erbij. Hij is fijn op brood, bij het aperitief of op de kaasplank, en laat zich ook in warme gerechten verwerken. Voor een concrete keuze bel je het best de winkel.